Waarom is de bamikegel van snackbar Jelle zo groot?

Heemkundig onderzoek van de ziel neemt vaak buitensporig veel tijd in beslag, het onderwerp van interesse in ogenschouw nemende. Is het in een wereld van klimaatverandering, racisme, woningtekort, oorlogsgeweld en meer van die zaken nu écht noodzakelijk dat mensen die nog geen veertig zijn zich buigen over zoiets betrekkelijk kleins als de vraag waarom de bamikegel van snackbar Jelle zo groot is? Wij van de heemkundige kring denken dat het antwoord van ja is. Er zit waarde in het opbrengen en uitvoeren van nieuwsgierigheid voor de dagdagelijkse fenomenen, en die waarde zit hem in hernieuwde en onverwachte vormen van menselijk contact. Anders gezegd: we hadden misschien niet zo snel een dieper gesprek met of begrip gehad van de man Mahmoud El-Esawy. We schakelen over naar de ik-vorm om de zoektocht gedetailleerder te vertellen.

Het was gezien de omstandigheden onwaarschijnlijk dat de grote bamikegel van snackbar Jelle een fascinatie zou worden. Zelfs het geïnteresseerd raken in de kegel was al opmerkelijk: de omstandigheden waren er amper naar. Op een zaterdagavond in 2018 was ik naar het huis van een potentiële opdrachtgever gegaan, om een mogelijke opdracht die ik voor haar zou kunnen schrijven te bespreken. Ze was net verhuisd en had gezegd dat ze het leuk vond als ik dat huis zou zien, ik had ondanks het gedoe dat ik om dat verzoek heen voelde ingestemd met het verzoek. Ik zat dichterbij een failliet dan ik ooit was geweest en kon het goed gebruiken als ze een deel van haar freelancersbudget aan me zou afstaan, vandaar. De ontmoeting was zoals ik al had vermoed: gedoe. Te veel drank en middelen, een aanhoudend gemopper over het bedrijf waarvoor zij (en per proxy: ik) voor werkte, tot vervelens toe de vraag herhalen of ik mee zou gaan naar de club. Ik wilde niet naar de club, ik wilde horen of ik die artikelen wel of niet kon gaan schrijven, en daar wilde het maar niet over gaan.

Goed, in alle verlies zit winst, want de avond bracht me in contact met de bamikegel van snackbar Jelle. Dat ging zo: ze vroeg, “heb je al avondeten op”, en ik zei nee en toen gingen we naar snackbar Jelle. “De bamiballen maken ze hier zelf”, zei ze tegen me. Ik glimlachte terug en zei met gemaakt enthousiasme: “Die zal ik nemen dan.” Terug bij haar thuis opende ik het zakje waar de bamibal van Jelle in zat en op dat moment scheen ‘ie me eerlijk gezegd nog niet bijzonder groot toe.

Ik at er drie happen van, en als de bamibal al lekker was, had die geen kans gehad, want iedereen zat daar te roken en er werd flink gedronken. De andere helft van de snack liet ik liggen, geen zin meer. Erna dronk ik nog een paar bier en toen ze ten slotte voor de zesde keer had gevraagd of ik mee ging naar de club, besloot ik dat het mooi was geweest. Bij de deur meende ik iets van begeerte op mij geprojecteerd te hebben gevoeld. Het probleem met verlangen dat op jou is gericht is waar je niet op zit te wachten is dat het je zo pijnlijk doet denken aan de keren dat je zelf in lustige wanhoop verkeerde, waardoor je de ander en jezelf in hetzelfde verdrietige licht ziet. Na de mislukte poging nader tot elkaar te komen nam ik zo vriendelijk als ik kon opbrengen afscheid. Voor ze de deur dichttrok zag ik de resten bamikegel liggen, tussen de blikken bier. Het verhaal is er niet van gekomen en mijn bankrekening bleef nog lang leeg.

Een paar weken later dacht ik, net voor ik in slaap viel: die bamibal was onnatuurlijk groot. Opmerkelijk groot. Waarom zou een snack zo groot zijn. Een hamburger, daarvan kan je soms verwachten dat die enorm is, maar een frituursnack, wat voor zaak had die om zo’n omvang te hebben? 

Ik maakte een aantekening op mijn telefoon, en een paar dagen later, toen ik tijd had, en de vreemde, ongebreidelde energie die nodig is om op heemkundig avontuur te gaan, ging ik terug naar snackbar Jelle om de bamibal nog eens te bestellen. 

Nu lette ik goed op. In de vitrine stonden ik op een roestvrijstalen schaal een colonne van de snacks, twintig, in rijen van zeven, zes, zeven. Nu pas zag ik dat ze kegelvormig waren en in plastic folie waren gewikkeld, nu zag ik dat het paneermeel fel-oranje was. Ik wees, nuchter, naar een van de kegels en bestelde het ding. De man zei ‘is goed’ en pakte hem van de schaal. Hij wikkelde het folie van de bamikegel en liet hem in de frituurkorf in het vet zakken. Daarna draaide hij zich om, leunde hij met zijn kont tegen de rand van de roestvrijstalen frituurinstallatie en sloeg hij zijn linkerhand om zijn elleboog terwijl hij met zijn rechterarm zijn vermoeide hoofd ondersteunde. 

Het voelde onbeleefd om de hele tijd naar de man te kijken, dus bestudeerde ik beurtelings de leesmap op de toonbank en het gezin dat met peuter en kinderwagen aan tafel een snackmenu zat te bekijken.

In een ingelijst krantenartikel aan de muur lees ik dat snackbar Jelle in 1946 is begonnen, en dat ze pas in de jaren zestig patat zijn gaan verkopen. Eerst at men dat alleen met piccalilly of mosterd, sauzen als mayonaise kwamen er later pas bij. Vroeger kochten mensen bij Jelle een ‘Spazi (jodenkoek met ijs en slagroom) of een Masculientje (cakeje met glazuur en slagroom van binnen)’.

Uit mijn ooghoek zag ik de man weer in beweging komen. Hij maakte zich los uit zijn zelfomhelzing, draaide zich om om de korf uit het vet te pakken en het hete vet uit het rooster en uit de bamikegel te rossen. Met blote hand nam hij de kegel uit de korf om die op een kartonnen snackbordje te zetten, zo een waar een dun velletje vetvrij papier aan de bovenkant is bevestigd. 

In snacktermen wordt dat geloof ik een ‘schaal’ genoemd, een gegeven dat me onnoemelijk veel plezier geeft. Dat soort woorden valt binnen het domein van de kapitalistisch-industriele poëzie, een taalgebied waarin een groep managers, fabrikanten, mensen in de logistiek hun eigen professionaliteit en identiteit bewaken door middel van vaktermen en andere afgesloten taaluitingen. Een machine die satésaus warm, vloeibaar en vers houdt heet een sausjet. De warmtebrug is het verchroomde apparaat dat snacks als kaasbroodjes en worstenbroodjes warm houdt in de kantine, lampen erop gericht. 

Gerelateerd aan dit taaldomein zijn de namen die je op bedrijventerreinen boven kleine en middelgrote fabrieken ziet prijken en die je vaak niet zo snel kunt verklaren, zoals Markee-verfoplossingen. Marjolein en Kees. De ondernemer heeft de namen van geliefden bij elkaar getrokken om een unieke naam te verzinnen. Ontroering ligt altijd op de loer.

De man in snackbar Jelle zette de kegel met schaal eronder in de magnetron, waar die voor m’n gevoel even lang in zat als dat je een onbevroren bapao opwarmt. DING, zei de magnetron, en in een poel van het eigen frituursap kwam de kegel uit het opwarmapparaat. Hij zette de kegel op een vel aluminiumfolie dat op de toonbank lag, wikkelde de kegel erin, zette hem in een klein frietbakje en deed het geheel in een zakje. Het woog aardig wat in mijn hand. Ik rekende af, 2,75 euro, en fietste snel naar huis. Ik rende naar boven en opende het zakje, wikkelde het folie eraf en bekeek opgewonden de kegel van alle kanten. 

Wat een joekel. Wat een gigantisch ding. Het was geen bal te noemen: dit was met recht een kegel. Een snack zo groot als een mannenvuist. Een aanwezigheid met een eigen zwaartekracht. Ik woog het ding: bijna 230 gram. Zowat een kwart kilo snack in kegelvorm.

Om in de kegel te happen pak je die vast bij de basis en breng je die naar de mond. Het vet droop van mijn vingers af en maakte een poeltje in mijn handpalm. Ik beet de top van de kegel af. De laag paneer was okee, de bami-vulling smaakte vettig en kruidig,  en het mondgevoel gaf vreemd genoeg een milde verdoving. Bij het eten viel de kegel op het laatst volledig uit elkaar, omdat de basis zo slap werd van het eruit druipend vet. Ik heb een lepel gepakt voor de rest. Het smaakte zeker niet slecht. Het was vooral de veelheid waar het plezier in zat. Ja, een onzedelijk genoegen van overvloed, dat is de bamikegel. Toen ‘ie op was, heb ik mij ten ruste gelegd en een half uur gedut. Ik dacht, in mijn sluimer: behalve dat de snack zo groot is als hij is: waarom is deze snack dan zo groot? 

Fascinatie is een vorm van verlangen, maar het is niet het soort verlangen dat aanzet tot onmiddellijk handelen. Economische en emotionele noodzaak kunnen lange tijd ontbreken. Ik weet dat ik voor mijn dood een poging wil doen meer te weten te komen over het waarom van de grootte van de bamikegel van snackbar Jelle, maar ik moet daarbij accepteren dat er veel tijd overheen kan gaan.

Dat begon al met de eigenaar van de snackbar zelf contacteren. Ik ben lang niet altijd in staat de telefoon te pakken en te bellen – iets wat je eigenlijk te allen tijde kan doen, gebeurt meestal niet. Op een goede donderdag, bijna een jaar na mijn eerste kennismaking met de snack, vielen wilskracht, nieuwsgierigheid en vrije tijd samen en lukte het me te bellen met snackbar Jelle. “Hallo”, zei ik, “Ik zou graag iets meer weten over de bamisnack die jullie verkopen.” – “Waarom?”, vroeg de man. “Ja, dat interesseert mij”, zei ik. “Snacks. Snacknieuws. Ik ben journalist”, maakte ik er maar van. – “Ah, journalist. Ok, het is nu te druk meneer, u kunt het beste een keer langskomen in de zaak, maar dan wel ook als Mahmoud terug is van vakantie.” – “Mahmoud?”, vroeg ik. “Ja”, zei de man. “Over drie weken is hij terug.”  

Drie weken later stapte ik op een vrijdag de snackbar opnieuw binnen. De man achter de toonbank stelde zich voor als Mahmoud El-Esawy, en hij was ontvankelijk voor het verzoek, hoewel hij ook druk was. “Kom op zaterdagochtend terug, dan kan ik wat meer vertellen, meer laten zien.” Ik knikte dankbaar. “Kan ik u nu verder helpen?”, vroeg Mahmoud, waarop ik mij verplicht voelde om nog een bamikegel te bestellen. Met een zwaar zakje kwam ik thuis, alwaar ik opnieuw een bamikegel at.

Op zaterdag 26 oktober 2019 ging ik dan eindelijk echt bij hem langs. Mahmoud heette me welkom en met dat hij me welkom heette voelde ik dat ik een relatie met hem aan ging, en dat die relatie misschien in de weg ging staan van mijn fascinatie. Mahmoud vertelde me zijn verhaal. Hij had de snackbar overgenomen van Jelle, dertig jaar geleden. Mahmoud zelf was in Egypte geboren, had daar gestudeerd, maar kwam naar Nederland. Waarom? Op die vraag ging hij niet in. Toen hij de cafetaria had overgenomen, had hij de inboedel behouden. De koelinstallatie, de ijsmachine, de gewoonte om de aardappels zelf te snijden en voor te bakken én het recept voor de bami. Met merkbare trots vertelde hij hoe hij het recept in 1987 of 1988 eigenhandig had aangepast: niet langer zat er ham in de bami – die was vervangen door tofu. Zo werd die halal en voor een breder klantenbestand geschikt. Het viel me op dat hij de snack niet bamischijf of bamikegel noemde, maar gewoon: ‘de bami’. 


Terwijl hij vertelde maande hij me mee naar achteren te lopen, om in de keuken de plek te zien waar de bami’s werden gemaakt. Een vriezer vol gepaneerde kegels stond klaar om in de vitrine te worden gezet, Mahmoud maakte ze twee keer per maand met de hand. Hij toonde me een 25-kilozak paneermiddel die hij ervoor gebruikte, een papieren verpakking die vol stond met industrieel uitziende pictogrammen, tekenen die me nog niets zeiden, maar die goed te verklaren zijn voor de zoeker, de bevoegde man of de man met tijd. Op dit moment was de vriezer vol en werden er geen snacks gemaakt, maar ik kon best een andere keer terugkomen, zodat ik met eigen ogen kon zien hoe ze werden gemaakt. Wel liet Mahmoud even zien hoe hij de aardappels eigenhandig schilde en op frietformaat sneed.

Mahmoud was een warme man, met een goede naam: Mahmoud. Hij schiep duidelijk eer en trots in zijn werk, een eerlijke trots, omdat er de melancholie in doorsijpelde van iemand die zijn leven lang een winkel heeft bestierd, en die moet berusten in die keuze, of misschien berust in het gebrek aan keuzes. Toch is dat een vrolijke Schmerz, omdat er voor mijn gevoel geen enkele arrogantie in zit, al moet ik natuurlijk waken voor al te veel projectie. Hij zei dan ook dingen als dat hij intens tevreden was met zijn werk, met zijn zaak, dat hij het prettig vond dat alles vlug verliep, dat hij klanten snel hun avondeten voor kon zetten. Vijf, tien minuten en een bestelling was klaar, dat paste bij Mahmouds aard, zo legde hij uit. 

“Waarom interesseer jij je voor de bami?”, vroeg hij, en ik dacht ja, in godsnaam, waarom, en vertelde dat ik het interessant vond dat ze hier met de hand werden gemaakt, en dat ik zo’n snack zag als manier om verbinding te zoeken, dat ik het prettig vond hem nu iets beter te leren kennen en te spreken. Ik voelde dat de tijd nog niet daar was om het morbide, of erotische aspect van de reden van mijn bezoek op tafel te leggen, te vragen waarom die kegel zo ijselijk groot was. 

Hij knikte met een warme glimlach, ik voelde mij door die glimlach wat ik op dat moment was, iemand die op gepaste wijze geïnteresseerd is in het leven van een ander, al lag er een bijna onzichtbare schaduw overheen, maar die kon ik dus even negeren. 

“Als jij zoveel van de bami houdt, wil je er dan eentje?”, vroeg hij aan me. Het was elf uur ’s ochtends en ik zat nog aan de door hem aangeboden koffie en zei direct “nee, nee dat hoeft niet.” Mahmoud gezicht betrok zeer beleefd, minimaal, haast onzichtbaar, maar: zichtbaar.

“O, hee, wat zeg ik nu toch”, verbeterde ik mezelf, “Doe mij graag zo’n heerlijke bami.”

Mahmoud pakte nu een kegel uit de vitrine, bevrijdde de knots uit de plastic folie-gevangenis. 

“Goh”, zei ik, terwijl de kegel in het vet wegzakte, nu opeens wel mijn ingang voelende, “hij is wel wat groter dan de andere snacks he?” Mahmoud knikte, en zei dat de kegel in tegenstelling tot normale snacks niet 3 tot 4 minuten in het vet moet, maar wel 7 tot 8 minuten. 

“Waarom heeft hij dit formaat?”, vroeg ik nu op de man af. “Ja, eh, Jelle maakte ze vroeger zo, ik heb het recept behouden. Hij heeft het me in 1987 of 1988 geleerd, net als hoe je de friet met de hand maakt, hoe je het ijs zelf maakt.” 

En dat was dan het antwoord. De snack was zo groot vanwege traditie. De bami was zo groot omdat ‘ie altijd al zo groot was. De bami was zo groot omdat Jelle ze in eerste instantie zo groot had gemaakt.

Terwijl de bami gaarde in de olie, vroeg ik Mahmoud wat hij nog meer uit het werken in deze snackbar haalde. 

Mahmoud zei: “Weet je, het zijn de praatjes met de mensen. Er komen hier mensen binnen – een vrouw, die dertig jaar geleden zwanger was, zij kwam hier al friet halen, en daarna heb ik haar en haar kinderen hier zien terugkomen. Ik ben blij als ik op zo’n manier contact met mensen kan hebben. ‘Alles goed?’ – ‘Alles goed’. Dat is soms genoeg. Maar soms komen vaste klanten ook vertellen als bijvoorbeeld hun vader of moeder is overleden, gewoon om het even aan mij mee te delen. Maar mensen blijven ook terugkomen voor de snacks. ”

“Voor de bami?”, vraag ik, want ik wilde de bami een maximum aan betekenis toekennen.

“Voor de bami ja”, zei Mahmoud, wat aardig was. “Ik ken die mensen, snapjewel. Als die ineens een andere bami krijgen, wat heb je dan? Is dat goed?” 

Daar dacht ik even over na, en ik knikte van nee, omdat het een retorische vraag was en ik mensen graag geef wat ze verwachten. 

“Wat vertellen ze je?”, vroeg ik, en daarop bleef Mahmoud me het antwoord een beetje schuldig, want de snack moest uit het vet worden gehaald. Ik had het idee dat hij er misschien zelfs wel langer dan 7 tot 8 minuten in had gezeten, en ik lette nu ook goed op of ‘ie weer de magnetron in ging. Mahmoud leek even te aarzelen, en zette hem dan snel en schijnbaar mild besmuikt gebaar op het schaaltje, om de kegel in de magnetron te zetten. 

“Voor de zekerheid”, zei hij, licht verontschuldigend, “zodat hij heerlijk warm is.” Daarmee herstelde hij zich een beetje, maar het minuscule gebaar was, zo merkte ik, precies waar ik voor kwam.

“Meneer Jelle”, vroeg ik ten slotte, “hoe is het daarmee? Hij heeft het recept voor de bami bedacht?” Dat blijkt zo te zijn, en wat ook nog het geval is: meneer komt een keer per week nog naar de snackbar, omdat hij de zaak maar niet kan loslaten, ook al is hij bijna negentig jaar oud. Af en toe komt hij op de zaterdag langs, als ik mazzel heb tref ik hem nog eens.

Terwijl ik de kegel eet, de snack afwissel met slokjes koffie en Mahmoud inmiddels weer andere klanten aan het helpen is, weet ik al dat het nog heel lang kan gaan duren voordat ik meneer Jelle ga spreken. Mahmoud heeft me zeer voor hem ingenomen met het ingehouden gebaar waarmee hij de bami in de magnetron zette en hoe open en vriendelijk hij over zijn praktijk vertelde. Iemand met zo’n fijnzinnig gevoel voor sociale verhoudingen kan ik alleen maar ten diepste respecteren, en nu is het zo dat ik hem dus moet vertellen dat ik de bamikegel uit een fascinatie waardeer, niet intrinsiek, of gewoon, omdat ‘ie lekker is, maar als aardig verhaal, iets geestigs, en die gedachte Mahmoud daarmee te confronteren, hem zo teleur te stellen boezemt me angst in. Ik hoop dat hij het goed op zal nemen, het nieuws, maar ik wil die confrontatie nog niet aan gaan, ik wacht nog even, de kans bestaat dat ik die geheimen nooit te horen zal krijgen, misschien is dat al met al zo’n vreemd idee nog niet. 

Opgeschreven: september 2021

Het onderzoek van de heemkundige kring van de ziel wordt in eerste instantie mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Nederlandse Letterenfonds, dat bij dezen zeer hartelijk bedankt wordt. Om de voortzetting van dit project te garanderen willen we je vragen of je, als je dit onderzoek en de verhalen die we hier brengen waardeert, misschien financieel of spiritueel wil bijdragen aan de voortzetting van het project, bijvoorbeeld door je in te schrijven op de nieuwsbrief, ons te volgen op Twitter of Instagram, of door bijvoorbeeld een eenmalige donatie in de vorm van euro’s te doen (maandelijks gaat nog niet, maar daar werken we aan). Donaties worden gebruikt om vaste kosten te dekken (domein-hosting) en om onszelf en mede-heemkundigen in staat te stellen de uren die in het heemkundig onderzoek gaan zitten te verantwoorden. Heb je overigens zelf een heemkundig onderzoek dat je wil uitgevoerd zien, maar ontbreekt het je aan tijd om het te doen? Laat het de heemkundige kring weten via mail of een comment, dan kunnen we misschien voor jou op onderzoek gaan.

Bedrag





8 thoughts on “Waarom is de bamikegel van snackbar Jelle zo groot?

  1. Wat een goed onderzoek! Mijn wereld is weer een stukje groter geworden.

    Bij ons op het werk halen we in de kantine in tijdens de lunch altijd een bami schijf (zullen we een schijfje halen?) . We hebben het er dan regelmatig over hoe gezond dat is; het is eigenlijk een totaal maaltijd, oftewel de schijf van 5:
    1 eiwitten
    2 koolhydraten
    3 vetten
    4 groente
    5 water
    Met 1 unit heb je in 1 keer alle 5 de schijven te pakken, in die zin is het beter dan een superfood, je zou kunnen zeggen een holistische snack. Ook in noodsituaties zou je van alle snacks met een bami schijf verreweg het beste af zijn. Daarnaast hebben we de facebook groep ‘NK bami schijf eten’ ontdekt.

    Dit verhaal is zo’n mooie aanvulling daarop, ik weet niet wat ik moet zeggen.
    Ik ga dit zeker laten lezen aan mijn collega’s.

    De knots is zo groot! Als je steeds kleinere schijven op elkaar zou stapelen ontstaat de knots. Het is alsof je van 2D naar 3D gaat, een paradigma verder.
    Zoals een taartpunt tot de taart is, lijkt de schijf tot de knots te staan.
    Indrukwekkend.

  2. Reacties van mijn collega’s na het lezen van dit artikel:

    Collega 1
    “Er is gewoon iemand die de tijd genomen heeft om iemand anders te interviewen hierover en een artikel over te schrijven. SOLDAAT!  ”

    Collega 2
    “Zou mooi zijn als er op vrijdag een frietwagen voor komt te staan. Gat in de markt. ”

    Collega 3
    “Bami kegel?! NICE!!  En mooi geschreven ook. “

  3. Smakelijk verhaal. Het kan haast niet anders dan dat de Erol doner, verderop in de Spaarndammerstraat, hier ook inspiratie uit heeft geput. Machtig grote broodjes.

  4. Ik heb recentelijk ook een tripje naar Amsterdam gecombineerd met een bezoekje aan snackbar Jelle. De bamikegel was een flinke jongen, maar deed mij vooral herinneren waarom bamihapjes altijd als laatste opgegeten worden in de snackmix en waarom ik er ook nooit een bestel. Mwah. Prima te eten hoor.

    De friet van Jelle was beter, die raad ik wel aan.

Laat een antwoord achter aan Carla van Tienen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.